Hello Poetry
Submit your work and get some sparkles! Create free account
"stillen" poems
Liebes-Lied (“Love Song”) by Rainer Maria Rilke loose translation/interpretation by Michael R. Burch How can I withhold my soul so that it doesn’t touch yours? How can I lift mine gently to higher things, alone? Oh, I would gladly find something lost in the dark in that inert space that fails to resonate until you vibrate. There everything that moves us, draws us together like a bow enticing two taut strings to sing together with a simultaneous voice. Whose instrument are we becoming together? Whose, the hands that excite us? Ah, sweet song! Original text: Liebes-Lied Wie soll ich meine Seele halten, daß sie nicht an deine rührt? Wie soll ich sie hinheben über dich zu andern Dingen? Ach gerne möcht ich sie bei irgendwas Verlorenem im Dunkel unterbringen an einer fremden stillen Stelle, die nicht weiterschwingt, wenn deine Tiefen schwingen. Doch alles, was uns anrührt, dich und mich, nimmt uns zusammen wie ein Bogenstrich, der aus zwei Saiten eine Stimme zieht. Auf welches Instrument sind wir gespannt? Und welcher Geiger hat uns in der Hand? O süßes Lied. Keywords/Tags: German, translation, Rainer Maria Rilke, love, song, music, soul, vibrate, vibration, dark, space, darkness, instrument, bow, strings, hands, voice
0
Feb 25, 2020
Feb 25, 2020 at 6:26 PM UTC
Rainer Maria Rilke "Love Song" translation
Ich denke dein, wenn mir der Sonne schimmer Vom Meere strahlt; Ich denke dein, wenn sich des Mondes Flimmer In Quellen malt. Ich sehe dich, wenn auf dem fernen Wege Der Staub sich hebt, In tiefer Nacht, wenn auf dem schmalen Stege Der Wandrer bebt. Ich höre dich, wenn dort mit dumpfem Rauschen Die Welle steigt. Im stillen Haine geh' ich oft zu lauschen, Wenn alles schweigt. Ich bin bei dir, du seist auch noch so ferne, Du bist mir nah! Die Sonne sinkt, bald leuchten mir die Sterne. O wärst du da! ― Johann Wolfgang von Goethe *English Translation: I Think of You I think of you, when I see the sun’s shimmer Gleaming from the sea. I think of you, when the moon’s glimmer Is reflected in the springs. I see you, when on the distant road The dust rises, In deep night, when on the narrow bridge The traveler trembles. I hear you, when with a dull roar The wave surges. In the quiet grove I often go to listen When all is silent. I am with you, however far away you may be, You are next to me! The sun is setting, soon the stars will shine upon me. ― Johann Wolfgang von Goethe
0
Sep 4, 2018
Sep 4, 2018 at 4:24 PM UTC
Ich Denke Dein
Ik wil gelezen worden, geprezen en gewezen worden, dat mensen zien en voelen wat mijn doelen zijn. Waarom wil ik dat mensen willen, hoezo zou ik het eten hebben dat voor hen de honger stillen kan? Kan ik wel vermaken, kan ik het ver maken? Of zijn dat zaken die mijn pet te boven schieten. Lieten mensen het maar weten, welke emotie ze graag gesmeten zien. Zal ik ooit iets meer bereiken, het zachte harde leven trachtend te ontwijken, minder klachten rapporteren, minder zagen, minder zeuren, minder zeiken? Ik heb het bitter makkelijk gehad toen ik achter de schoolbanken zat. Dat kan toch niet voor altijd mijn excuusje blijven. Heb ik nu echt iemand nodig om op mij te kijven. Ik wil zo graag vermakelijk zijn, soms meeslepend, onrustig en soms zacht en fijn, zo een ander roeren, zoals ik zei de hongerigen voeren. Maar ik ben te eerlijk, heerlijk en begeerlijk, in mijn hoofd, treurig van mijn lot beroofd, machteloos, ontroostbaar, genekt. Elke dag voor zoveel jaar heb ik mijn schram en wond gelekt. Wees dan realistisch, werk voor een publiek, doe dan moeite, doe dan iets. Werk. Maar als alles door elkaar loopt, blokkeert mijn zicht, ik zie dan straten zonder licht, bowlingbanen zonder hekjes en sporen zonder bomen. Alles is gevaarlijk, zoals plassen in je dromen, alles is een risico, niemand weet wat kan of werkt. Soms word je dan nat wakker, heb ik in mijn jeugd gemerkt. Nu word ik ouder, de aarde warmer, de mensen kouder, zou me lijken en zit ik nog steeds over de kleinste zorgen zo te zeiken. Je zou me een softie kunnen noemen. Of lief, ‘t is maar *** je ‘t ziet, je zou me vanalles kunnen noemen, maar dat ben ik niet. Althans dat zou ik niet willen zijn. Ik wil, als mogelijk, een rechte lijn zien in die weg die voor mij ligt. Dat lampen veiligheid bezorgen en bordjes wijzen in de goede richt- ing. Ik wil één taak, één mens, één doel nastreven, hopelijk, niet langer drie, een halve of vijfendertig want voor mij is dat geen leven.
0
Feb 27, 2019
Feb 27, 2019 at 3:58 PM UTC
Kort verhaal
Ik wil gelezen worden, geprezen en gewezen worden, dat mensen zien en voelen wat mijn doelen zijn. Waarom wil ik dat mensen willen, hoezo zou ik het eten hebben dat voor hen de honger stillen kan? Kan ik wel vermaken, kan ik het ver maken? Of zijn dat zaken die mijn pet te boven schieten. Lieten mensen het maar weten, welke emotie ze graag gesmeten zien. Zal ik ooit iets meer bereiken, het zachte harde leven trachtend te ontwijken, minder klachten rapporteren, minder zagen, minder zeuren, minder zeiken? Ik heb het bitter makkelijk gehad toen ik achter de schoolbanken zat. Dat kan toch niet voor altijd mijn excuusje blijven. Heb ik nu echt iemand nodig om op mij te kijven. Ik wil zo graag vermakelijk zijn, soms meeslepend, onrustig en soms zacht en fijn, zo een ander roeren, zoals ik zei de hongerigen voeren. Maar ik ben te eerlijk, heerlijk en begeerlijk, in mijn hoofd, treurig van mijn lot beroofd, machteloos, ontroostbaar, genekt. Elke dag voor zoveel jaar heb ik mijn schram en wond gelekt. Wees dan realistisch, werk voor een publiek, doe dan moeite, doe dan iets. Werk. Maar als alles door elkaar loopt, blokkeert mijn zicht, ik zie dan straten zonder licht, bowlingbanen zonder hekjes en sporen zonder bomen. Alles is gevaarlijk, zoals plassen in je dromen, alles is een risico, niemand weet wat kan of werkt. Soms word je dan nat wakker, heb ik in mijn jeugd gemerkt. Nu word ik ouder, de aarde warmer, de mensen kouder, zou me lijken en zit ik nog steeds over de kleinste zorgen zo te zeiken. Je zou me een softie kunnen noemen. Of lief, ‘t is maar *** je ‘t ziet, je zou me vanalles kunnen noemen, maar dat ben ik niet. Althans dat zou ik niet willen zijn. Ik wil, als mogelijk, een rechte lijn zien in die weg die voor mij ligt. Dat lampen veiligheid bezorgen en bordjes wijzen in de goede richt- ing. Ik wil één taak, één mens, één doel nastreven, hopelijk, niet langer drie, een halve of vijfendertig want voor mij is dat geen leven.
Continue reading...
39