Ik merk op: “De maan die minnelijke Don Juan!
Of wellicht (ik geef toe, erg straf)
Is het de luchtballon van Pape Jan
Of een dwaallicht waarnaar wij turen
Om arme zielen *** bos in te sturen.”
Zij zegt: “U dwaalt wel erg af!”
En ik weer: “Iemand ontlokt aan het toetsenbord
Die gevoelige nocturne, muziek met het vizier
Op nacht en maneschijn, die vaak gebezigd wordt
Om de eigen leegheid vorm te geven.”
Zegt zij: “Sloeg dat misschien op mij, zo-even?”
“O nee, ik ben de leeghoofd hier.”
“Gij zijt, mevrouw, een ware grapjapon,
Van hyperbolen nooit gehoord,
Voor dolende gevoelens geen pardon!
Met uw hulp nuchter en rigoureus
Wordt malle lyriek in de kiem gesmoord––”
En–– “Moet alles echt zo serieus?“